Fisherslatijn

Fisherslatijn
Column van een ervaren Fisher(wo)man

Ramkoers!
Als we onderweg zijn van Enkhuizen naar Marina Muiderzand en midden op het Markermeer zijn nadert op twee uur een zeiljacht met ramkoers. Met windje vier/vijf komt dat gevaar snel dichterbij. We zeilen met de zeilen over bakboord, de ander heeft zijn feestje over stuurboord staan. We hebben voorrang, maar zien niemand aan dek… Dat is schrikken. Vermoedelijk zit de schipper op het toilet of achter zijn/haar navigatietafel, of is wat anders onderdeks aan het doen. De stuurautomaat doet blijkbaar het werk; op onze AIS is deze boot niet te zien. Kortom: dat betekent voor ons scherp bijdraaien naar stuurboord om een aanvaring te voorkomen.
Een lange stoot op de claxon doet iemand aan dek komen; de persoon kijkt verbaasd om zich heen en vaart gewoon door… Zou dat betekenen dat deze watersporter de regels niet kent? We roepen heel hard: “BOEKJE” en varen door. Gelukkig, geen schade. Als je wel voorrang hebt maar het niet krijgt kun je beter eieren voor je geld kiezen….

Na de storm…
Verwaaid liggend hebben we vijf dagen moeten wachten in Dover. Zwaar zuidwest, veel te veel om door te varen naar Sovereign Harbour, Eastbourne, een kleine 50 mijl. Als dan de weersverwachting voor de volgende dag beter wordt besluiten we nog een dag te wachten: de zee moet nog tot rust komen.  ‘s Morgens gaan er toch twee Hollandse jachten (geen Fishers…) uit. Waarheen is de vraag, en dat weten we aan het eind van de middag, als het tweetal weer de jachthaven binnenvaart….
Een Fishereigenaar is van nature nieuwsgierig, dus weten we snel wat de landgenoten hebben gedaan. Na vier uur stuiteren tot Dungeness en de nodige zeezieken besloten ze om weer terug te gaan naar Dover, ook weer vier uur. Voor ons was de geruststelling groot: na storm in het Kanaal gewoon nog een dagje blijven liggen. Wel zo prettig.

Drijven ze wel of niet?
Een kort verslag van een hilarische gebeurtenis, met een korreltje zout te nemen.
Tijdens een van onze clubmeetings werd er ‘s avonds aan boord van een van de schepen nog stevig nagepraat en nageborreld. Een van de dames had leuke schoentjes van het merk Crocs. Zo elegant dat je niet zou denken dat deze fabrikant ze maakt. Een van de dames wilde ze wel eens zien, of het echt waar was (dat van het merk). Het echte merk blijft drijven…. en zo ging dit schoentje te water achter de boot. In het donker was de schoen direct verdwenen, en algemeen werd verondersteld dat deze daadwerkelijk gezonken was. Voor de eigenaresse van het schoentje en de schoenwerpster vervelend….

Intussen had de schipper van de boot al uitgevogeld dat de diepte ter plekke 2,5 meter was en een zoekactie de volgende dag zou kunnen (desnoods met duikbril erbij).
Groot was ieders verbazing toen de volgende ochtend er rumoer was: het schoentje was gevonden, drijvend en wel! En uit het water gevist met een schepnet. De schoentjes waren dus heuse Crocs, ze dreven…. Iedereen is weer gerustgesteld!


De Condor Liberation in volle vaart….

Dat is pas snel!
Varend richting Guernsey zien we in de verte een hoop gestuif snel dichter bij komen. Ons beeldscherm geeft aan dat deze UFO (Unidentified Floating Object) maar liefst 35 knopen vaart. Het is de Condor Liberation Ferry: een futuristische trimaran onderweg vanaf Engeland naar de Kanaaleilanden. Later op Guernsey van dichtbij bekeken en ook hebben we hem/haar ook zien in- en uitvaren. Razend knap om met zo’n kolos dat te kunnen. De site van Condor Ferries verklapt dat dit snelheidsmonster iets meer dan 100 meter lang is, 880 passagiers en 245 auto’s kan meenemen.
Als je zo’n gevaarte op je af ziet stormen begint het angstzweet  naar boven te komen: zo’n ding moet met die vaart een enorme hekgolf geven…. Niets daarvan: we merken wel iets, maar veel is het niet. Van alle getijdestromingen in dit deel van het Kanaal zal het schip weinig last hebben. Indrukwekkend is het zeker. Gelukkig voeren we niet met dichte mist…
-Voor wie wat meer wil zien van de Condor Liberation: bekijk dit filmpje op Youtube


De Fisher 30 Duikelaar passeert een van de shippinglanes in het Kanaal.

Kleine en grote jongens….
De eerste keer oversteken van Duinkerken naar Dover was spannend: behalve het oversteken van de grote scheepvaartroutes moet je ook de veerboten die tussen Duinkerken en Calais en Dover heen en weer varen goed in de gaten houden, naast ook het andere vaarverkeer en het tij. Dankzij AIS kunnen we de snelheidsmonsters zien aankomen: snelheden van 19 tot 22 knopen zijn heel normaal. En ze zien ons ook. We kozen voor de noordelijke oversteek: in principe varen de veerboten dan bakboord langs, meestal aardig ver weg. Niks aan de hand dus. Maar die drie grote tankers, wat doen die daar op één uur? Ze blijken voor anker te liggen…. En dan de eerste oversteek van de noordgaande route. Op het moment dat we de eerste AIS-contacten op ons scherm zien gaan we rekenen: voor de ene kunnen we langs, de volgende loopt vlak voor ons langs, verderop blijft verder weg, maar komt toch dichterbij. Zo’n scheepvaartroute is zo’n 5 mijl, nog een aardige afstand als je ook die snelheid vaart. We houden COG en worden weggezet naar het noorden. Alles gaat goed en korte tijd later moeten we de zuidgaande schepen in de gaten gaan houden. Er komt een megacontainerschip aan, zo eentje waar 14.000 zeecontainers op en in kunnen. Bijna vierhonderd meter lang, een varend flatgebouw. Oeps, dat wordt spannend. Op de kont sturen is het devies, en dat werkt goed. We worden door Dover Coast Guard opgeroepen en men wil onze intenties weten. We vertellen wat we willen en nemen snel weer afscheid. We worden dus in de gaten gehouden!
Als we na een paar uur aankomen bij Dover melden we ons netjes. De boodschap is simpel: als we bijna bij de oostelijke entree zijn moeten we weer melden.  En intussen komen de grote veerjongens aangescheurd. Wat zijn zij groot en wij klein….
Na korte wachttijd mogen we naar binnen en varen naar de jachthaven, waar we moeten wachten aan een wachtsteiger tot de dockdeuren open gaan. We varen naar onze plaats. Even later kijk ik van boven af naar beneden, de doksluis in. Wat zijn wij toch klein in verhouding tot de enorme (veer)boten die hier vlak bij af en aan varen. Ach, alles is betrekkelijk. We zijn ook in Engeland!

Het wieleffect in de praktijk
Zomer 2010. We varen nog maar kort met onze Fisher en ontdekken elke keer weer meer vaareigenschappen. De sluis bij Lelystad wordt probleemloos gepasseerd. Maar als we de sluis uitvaren hebben we een ‘ging-net-goed-ervaring: de schroefwerking. De sluis uitvaren betekent gas geven. En het was warm in het stuurhuis: een goede reden om het schuifraam voor open te zetten. Aangezien dit op onze boot stroef gaat heb je beide handen nodig. Na het loslaten van het stuurwiel begint de boot snel te draaien naar bakboord en de kade komt in rap tempo op ons af. Oeps…. gelukkig gaat dankzij een snelle koerscorrectie alles goed. Wat was het leermoment? Even de stuurautomaat aanzetten, of wachten met het openzetten van het raam. Boem is anders echt ho…!

En route!
Zomer 2014, onderweg tussen Nieuwpoort en Dover. Ter hoogte van Duinkerken zien we in de verte een Frans patrouilleschip, een mijl of twee weg. Het lijkt stil te liggen. Dat je onderweg langs de Franse kust in de gaten wordt gehouden was ons vorig jaar al opgevallen: toen konden we naar de helikopter zwaaien die boven ons langs vloog en foto’s nam. Een controle aan boord wil eigenlijk niemand mee maken, zelfs als je geen stiekeme dingen vervoert.
We zien vanaf de grijze boot twee ribs onze kant opstuiven. Zijn wij aan de beurt? Krijgen we een bekeuring omdat we geen roeispaan aan boord hebben? Dichterbij komen ze. Een zwarte politierib en een knaloranje reddingsrib met navenant gekleurde bemanningsleden scheuren naar ons toe. We zijn onder zeil, motor bij,  driehoek netjes gehesen. We zitten in de kuip, reddingsvesten zoals altijd om. Ze varen allebei vlak langs ons, draaien voorlangs een rondje en varen weer weg. Als ze langsvaren zwaaien we en er wordt teruggezwaaid! De mannen (en misschien vrouwen) aan boord van de ribs hebben vast gedacht: wat een mooie Fisher, die mag door!

Voorjaar 2011, Sluizen Den Oever
Tuurlijk, we hadden er over gelezen: van zoet naar zout varen betekent opletten, anders lig je zo andersom in de sluis. Het is nog vroeg als we de sluis bij Den Oever binnenvaren. We varen helemaal naar voren en willen aanleggen achter een ander jacht. Achter eerst vast aan de sluiswand maar helaas, dat was mis. De voorkant ligt wel vast….. wat nu? De sluisbreedte heeft nog ruimte voor onze scheepslengte. En langzaam draaien we om. Voor het eerst van ons leven liggen we andersom in de sluis. Hoe adembenemend stil blijft het in de sluis. Geen gegrinnik of gelach. Dat valt even mee!
Even later keren we om en varen schadevrij naar buiten. Een collega Fisher vaart ons achterop en na begroeting roept hij: “Mijn grootste nachtmerrie zag ik net gebeuren: andersom in de sluis!”.
Ach, lig er niet wakker van, het valt heus mee. Een keer moet de eerste keer zijn in je leven.

Zomer 2015, gemeentehaven Volendam
Zo, net even bloedlink bij aso aangeklopt. Hij zou om half zes vertrekken vanochtend, dus niemand mocht gisteren tegen hem aanleggen, anders moest hij ons losgooien, bla bla bla.
Om zeven uur hij ligt er nog. Ben er heen gelopen, hij was helaas al wakker, en heb als furie op zijn boot staan timmeren, hond blaffen. Ik zei “Meneer, meneer, u bent te laat het is al zeven uur. Zal ik vast uw touwtjes losgooien?”. En daarna nog wat opmerkingen in de trant van “als je niet gestapeld wilt liggen, ga dan in de marina liggen” en wat karakteromschrijvingen zijns persoons.
Het lost niks, maar lucht wel lekker op….

Zomer 2012, Bruinisse, aanloop naar de sluis
Het is ongelooflijk druk en iedereen gedraagt zich niet zoals je zou mogen verwachten bij een sluis. De marifoon staat op het kanaal van de sluis. Er roept een persoon met een geaffecteerde stem de sluiswachter op. “Goedenmiddag. Dit is de …….  Kunnen wij reserveren voor de volgende schutting naar het Grevelingenmeer?”.
Duidelijk hoorbaar is de stilte aan de andere kant. Waarschijnlijk liggen de sluismeesters in een stuiplach. Dan komt het antwoord in formeel Nederlands met een Zeeuws accentje: “Nee meneer, het is niet mogelijk om te reserveren. U moet in de rij aansluiten en op uw beurt wachten”.  Ach, een brutaal mens heeft de halve wereld dus niet.

Uit het archief van de Fisherclub
Oprichter M. A. Kouwenberg doet eind 1987/begin 1988 een uitgebreide inventarisatie bij de eerste 12 Fisherclubleden. Hij schrijft: “…Fisher-schippers zijn (inclusief de single-handers) onverstandige egoistjes. Hoewel vrijwel alle schepen met 2 of meer aan boord gevaren worden, is op een enkele uitzondering na, iedereen van mening, dat hij het schip alleen maar zelfstandig varen kan.
Arm bemanningslid, dat u, in de plons liggend, alleen maar kan zien verdrinken. Arme echtgenote, die in dat geval ineens wel zelfstandig het schip naar veilige wal en de levensverzekeringsuitkering moet varen. Want daar hebt uw wel voor gezorgd. Wij kunnen mogelijk heel aardig zelf varen, maar zijn kennelijk slechte instructeurs! Ik realiseer mij, dat dit een zeer persoonlijke noot is, maar minstens de vrouwen een beetje dichter bij de club halen lijkt me geen overbodige luxe…”
Nu, in 2016, weten we dat onze vrouwen en vriendinnen ook intensief deelnemen aan onze activiteiten en de mannen niet meer zo zijn als vroeger.

max 200 woorden

De inhoud hieronder is alleen voor leden. Leden kunnen hiernaast inloggen.